|
|
Deze pagina is voor Design & maintenance: |
Met toestemming overgenomen uit ‘Bijbel & Onderwijs’ Persbericht Griezelbus – rijdt waarheen? Samenvatting: Een nieuwe brochure van B&O met een pedagogische en levensbeschouwelijke beoordeling van de griezelboeken van Paul van Loon, toegespitst op de voorstellingen die in de ‘Griezelbus’ worden gegeven. AMERSFOORT - Na de dikke Griezelbus-boeken, rijdt er nu ook een echte Griezelbus door bijna honderd plaatsen in Nederland. De Vereniging Bijbel & Onderwijs zag hierin aanleiding voor een nieuwe folder: Waarheen rijdt de Griezelbus? Het antwoord (op de melodie van ‘Zeg, ken jij de mosselman’) luidt: Naar een duister land, een fluisterland, een kluisterland. Hoe dit werkt, wordt duidelijk aan de hand van verslagen van ouders die de voorstellingen bezochten en een samenvatting van de studie van prof. dr. R. Franzke over de gevaren van deze ‘griezel- en gruweltrainingen’, door anderen aangeprezen als ‘bloedstollend griezelplezier’ Het pedagogisch studiecentrum van het humanistisch vormingsonderwijs te Grouw denkt dat kinderboekenschrijver Paul van Loon wel weet wat kinderen aankunnen en wat niet: "Griezelen is een emotie die bij kinderen hoort. Niet in de zin van bang maken of bedreigen, maar gezond leren griezelen." Hiertegenover concludeert de Duitse dr. Franzke: De confrontatie met griezeldieren, griezelscènes en griezelgerechten (heksenkeuken), met horrorwezens en horrorscènes is een brutale mishandeling van de kinderziel. (uit het Nederlandse EDUkatern)
Aan het eind van de brochure worden enkele websites genoemd die al dit griezelgeweld tegen het Licht houden en adviezen geven aan ouders en scholen om de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd, ook in deze griezeltijd goed te begeleiden. Griezelbus of Gruwelbus? Een lid van CIFT (Christenen voor de Waarheid) schrijft ons: Het geheel was erg angstaanjagend, zelfs voor mij als volwassene. De kinderen zaten in een autobus, waarvan de bankjes waren omgedraaid naar één kant en waar achter in de bus een voorstelling werd gegeven. Er waren audio-effecten en bewegende zaken in de bus, zoals vleermuizen aan touwtjes, spinnen etc, die af en toe naar beneden kwamen tot vlak boven de kinderen. De ramen waren geblindeerd. Er werd toneel gespeeld op een klein podiumpje achter in de bus, in het gangpad en soms van achteruit de bus. Het begon met een scène waarin de hoofdrolspeler (P. Onnoval) liet weten dat de kinderen in zijn macht waren. Van achter uit de bus benaderde een speler met een gruwelijk masker de kinderen. Het zag eruit als een gedrocht, groen, met als het ware zijn hersenen bloot, uitpuilende ogen. Het was niet aan één stuk door griezelen. Er waren ook gedeeltes toneelspel/musical/zang die niet aanstootgevend waren, maar ook daarin zat een vreemde boodschap. Voordat ik overga tot het beschrijven van enkele scènes, eerst even de afloop. Er werd luid gezongen en geklapt, de kinderen werd gevraagd mee te klappen. De tekst ging ongeveer zo:
Dit waren de tekstgedeeltes die mij het meest opvielen. Twee vrouwelijke speelsters, in het rood gestoken, met een soort engelenvleugels zitten vlak voor deze scène achter een soort tralies en vragen zich af of het kwaad wel overwonnen zal worden door de hemelse liefde. Vervolgens komt de mannelijke speler die alle 'foute' rollen speelt; deze wordt door hen gevangen en achter de tralies gezet. Het lijkt een 'happy end' te zijn. De persoon achter de tralies krijgt een masker op, de dames staan even voor hem en... het is een weerwolf geworden. Even later, volkomen onverwacht en als een soort verrassingseffect, komt de gevangen persoon van achter uit de bus weer aan. Hij blijkt weer vrij te zijn. Dat soort zaken: verrassingseffecten, het goede dat plotseling slecht wordt en omgekeerd, plus het 'levend' worden van dode zaken (schilderij met een vloek, etc.) komen door alle scènes terug. Het zijn allemaal losse verhalen. Het begint met een echtpaar, een flemerige man, die kruipt voor zijn vrouw. Alle scènes worden heel knap vertolkt door allerlei typetjes. De man heeft een schilderij op de kop weten te tikken met daarop een ophanging van een (kinder?) moordenaar uit een ver verleden. Hij is verraden door zijn zoon, die op het schilderij toekijkt. In de bus was al eerder de aandacht gevestigd op een strop, waarmee die man zou zijn opgehangen. De vader wil het schilderij ophangen, maar de vrouw niet. Eén van de jongens in de bus moet voor hun zoon spelen (hij blijft wel zitten). Hij zou lijken op het schilderij. De moeder zegt haar zoon welterusten en de vader hangt het schilderij stiekem op. Plotseling overvalt hem een geweldige razernij en komt de geest van de opgehangen man over hem. Hij wordt wild en wil het jongetje (dus één van de bezoekertjes!) dat onder de strop zit, de strop omdoen. Dit alles omhuld met enge muziek. Plotseling is daar de moeder en zij brengt hem tot bezinning. Hij weet niet wat er gebeurd is en zet het schilderij bij de vuilnis. Je hoort dan dat twee vuilnismannen het vinden. In een volgende scène gaat het over het vissersdorpje Gurk of Gork. Daar heeft de bevolking een vrouw een oog dichtgenaaid, omdat ze een boos oog zou hebben. Een schilder wil haar graag schilderen. Zij vraagt hem om met zijn mes zijn oog open te maken. Dat is een gruwelijke scène. Zij verandert (met een masker) in iemand die anderen aankijkt en dan sterven ze. Een andere scène: een ordinair echtpaar zit op de bank en de buurvrouw, een verschrikkelijk eng iemand, vraagt of ze de babyfoon bij hen mag laten. Ze horen verschrikkelijke geluiden. De man is bang (alweer zo'n slechte rol voor de man) en de vrouw gaat op onderzoek uit. Ze ziet een baby met een varkensgezicht en rode oogjes. De vrouw komt thuis en blijkt er net zo uit te zien. Opnieuw een angstaanjagende scène in duisternis, met zaklampen etc. De boodschap, ook zo gezongen: "pas op met de buren, je weet nooit wat er achter de gordijnen gebeurt". Een ander verhaal: een meisje krijgt een bouwpakket van een overleden oom. Al zingend verhaalt ze hoe zij de oom tot wanhoop en zelfmoord heeft gedreven door een kostbaar schilderij (waarvoor hij alles opzij heeft gezet) kapot te maken. Het bouwpakket, dat pas na 10 jaar bezorgd mocht worden, bevat zijn skelet. 's Nachts wordt ze door de geest van haar oom achtervolgd. Eén van de meest onaangename scènes is van een lief meisje dat gepest wordt door jongens in haar klas. Ze gaat op bezoek bij haar oude tante, die eerst heel lief lijkt, om thee te drinken. Vervolgens vertelt ze dat er een jongen zoek is, mogelijk heeft een kindermoordenaar hem meegenomen. En eigenlijk zou ze dat niet erg vinden, zegt ze, want het was een rotjoch. Ze schrikt van haar eigen woorden en vraagt haar tante of dat eigenlijk niet erg is dat ze dat denkt. Haar tante zegt echter dat het meisje lief is omdat ze haar oude saaie tante bezoekt. Ze vertelt over nog een vervelende jongen in haar klas. En op haar verjaardag, de volgende dag, is ook die jongen verdwenen. Ze krijgt een taart met bloederige vingertjes als kaarsjes. Vingers van die jongens die haar tante heeft vermoord en opgegeten. Een ander verhaal is van een overleden man die een dierenwinkel heeft, en op een bangmakende manier een meisje een plant geeft, met kattengras. Dat blijkt dan later een reusachtige vleesetende plant te zijn. Het meisje wordt op bed opgegeten. Met haar dappere moeder maakt ze plant echter dood. Er is nog een scène over een leraar die zijn kinderen bang maakt en bedreigt en uiteindelijk zelf door zijn stoel wordt opgegeten. Tussendoor wordt opgemerkt dat het weer bij volle maan ideaal is voor het contact met geesten. Een man heeft een jonge vriend die gespecialiseerd is in weerwolven. Aan de kinderen wordt gevraagd wie weet wat een weerwolf is, wanneer hij verschijnt, verdwijnt en hoe hij gedood kan worden. Circa 20% van de kinderen kan antwoord geven. Velen kennen de verhalen al geheel of gedeeltelijk. De man loopt met zijn vriendje in het bos. Hij belt hem later op en dan blijkt dat hij veranderd is in een weerwolf. Hij krijgt harige handen en klauwen, en een masker. Opnieuw angstaanjagend. Er wordt buiten aan de bus gerammeld en geslagen. Plotseling komt er een zombie door de bus rennen. Hij neemt een beeld van een jonge vrouw mee. Vervolgens komt een politieagent binnen en wordt er wat heen en weer gepraat en geschreeuwd. Met het verdwijnen van het beeld, dat de hoofdrolspeler overigens heeft gestolen van een schip, dat vervolgens zonk, komt er onheil over de bus. Dat is bijna het einde. Vervolgens krijg je de scène van de weerwolf te zien. Hierbij kan één van de jongens met een pistool met een zilveren kogel de weerwolf doden. Dan volgt de slotscène. De lerares vertelde me achteraf dat ze het boek vorig jaar in groep 7 had voorgelezen en dat verschillende ouders hadden geklaagd dat kinderen nachtmerries hadden gekregen. Ze wist niet hoe het nu uit zou pakken. De chauffeur van de bus, die ook wat bijrollen vervult, zei dat groep 7 of 8 de minimumleeftijd is. Jonger worden ze te bang. Maar ook bij die leeftijd worden er wel eens kinderen zo bang dat ze de bus uitvluchten. Wij hadden eenmaal de pedagogiek van de hoop. Dit is het omgekeerde: de
pedagogiek van de griezel. |